
Jurisprudentie
AR7631
Datum uitspraak2004-12-15
Datum gepubliceerd2004-12-15
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Rotterdam
Zaaknummers10/0000133-03
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2004-12-15
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Rotterdam
Zaaknummers10/0000133-03
Statusgepubliceerd
Indicatie
"Zaak Bouwfraude - Ambtenaren"
De rechtbank kan uit die bewijsmiddelen niet tot de overtuiging komen dat verdachte als ambtenaar een gift of giften heeft aangenomen, terwijl hij wist dat die gift of giften hem werd of werden gedaan teneinde hem te bewegen om al dan niet in strijd met zijn plicht in zijn bediening iets te doen of na te laten. Bij gebrek aan die overtuiging dient de verdachte zowel van het primair als het subsidiair ten laste gelegde te worden vrijgesproken.
Uitspraak
Parketnummer van de berechte zaak: 10/000133-03
Datum uitspraak: 15 december 2004
Tegenspraak
VONNIS
van de RECHTBANK TE ROTTERDAM, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte]
geboren te [plaatsnaam] op [geboortedatum] 1946,
ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie op het adres […].
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 1 december 2004.
TENLASTELEGGING
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding onder parketnummer 10/000133-03. Van deze dagvaarding is een kopie aan dit vonnis gehecht (bladzijden genummerd 1A tot en met 1C).
DE EIS VAN DE OFFICIER VAN JUSTITIE
De officier van justitie mr. Zwaneveld heeft gerekwireerd:
- de bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde;
- de veroordeling van de verdachte tot een geldboete van € 2.000,00 en een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
NIET BEWEZEN
Het primair en subsidiair ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen, zodat de verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.
MOTIVERING VAN DE VRIJSPRAAK
De rechtbank is van oordeel dat er op zich voldoende wettige bewijsmiddelen voorhanden zijn om te komen tot een bewezenverklaring. De rechtbank kan uit die bewijsmiddelen echter niet tot de overtuiging komen dat verdachte als ambtenaar een gift of giften heeft aangenomen, terwijl hij wist dat die gift of giften hem werd of werden gedaan teneinde hem te bewegen om al dan niet in strijd met zijn plicht in zijn bediening iets te doen of na te laten. Bij gebrek aan die overtuiging dient de verdachte zowel van het primair als het subsidiair ten laste gelegde te worden vrijgesproken.
BESLISSING
De rechtbank:
- verklaart niet bewezen, dat de verdachte het primair en het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreek de verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. Kalk, voorzitter,
en mrs. Bezuijen en De Ruijter, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. Groenhof, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 15 december 2004.
De griffier is bij afwezigheid buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

